Curated by Prof. Dr. Tineke Abma

 “Wat een eer, je eigen tentoonstelling samenstellen. Lekker grasduinen in de collectie inzendingen voor de Special Award. En wat een mooi idee ook om mensen op zo’n manier te laten kennis maken met ‘special arts’. Dat is geen stroming in de kunst, maar wel bijzonder dat deze ‘kunstvorm’ zo belangrijk voor de ‘reguliere’ kunst is geweest en nog is. De uitnodiging om zelf als leek te cureren (in plaats van een expert die kiest) laat je intensief naar zo’n collectie kijken en geeft je zo een beter beeld van deze bijzondere kunst en de binnenwereld van de kunstenaars.

Ik begon vanuit een grote nieuwsgierigheid te kijken, en heb me bij de keuze van werken in eerste instantie vooral laten verrassen. Het kijken was vooral een awe-ervaring; de verwondering over de rijkdom van al dat werk; van vrolijke kleurrijke tekeningen en uitbundige schilderijen tot aan meer donkere werken waar iets wringt of schuurt. Ik begon bewust niet een lijstje van criteria, maar heb heel intuïtief gekozen voor werken die me raken. Ik merkte ook dat hoe langer ik keek hoe meer gefascineerd ik raakte. 

Achteraf zocht ik naar een rationalisatie van mijn subjectieve keuze. Waarom deze werken? Dat is lastig te verwoorden. Ik wilde niet perse werken

selecteren die in esthetisch opzicht mooi zijn, een goede compositie hebben of mooie kleur- en vlakverdeling. Werken die sentimenteel zijn of gelikt zijn spraken me minder aan. Het zijn eerder de werken die intrigeren, die nergens op lijken, niet gangbaar zijn (in de zin van een bepaalde kunsttraditie), die vanuit een urgentie lijken te zijn gemaakt of vanuit een obsessie die me aanspreken. 

Alle werken zijn vanuit een enorme verbeeldingskracht gemaakt, ze roepen allerlei beelden, gedachten en gevoelens op. Je kunt er zoveel in zien. Hoe mooi om daar met elkaar over in gesprek te gaan om zo al die perspectieven te doen oplichten. Zelf heb ik door het samenstellen van de tentoonstelling meer zicht gekregen op de rijkdom van Special Arts, en de complexiteit ervan. Want het zette me ook aan het denken. Zo was ik geneigd om sommige werken ‘kinderlijk’ of ‘naïef’ te noemen. Maar waren dat wel de goede woorden, zou dat niet als beledigend worden ervaren door de makers? 

Het doel van het tonen van Special Arts is om deze kunst en deze kunstenaars meer zichtbaar te maken middels exposities, en om bij te dragen aan hun inclusie. Ik denk zeker dat een dit kan bijdragen aan een positieve beeldvorming over deze kunstenaars, maar zie ook meteen de valkuil

dat door ‘het anders zijn’ te benadrukken je het tegenovergestelde bereikt… namelijk het zien als: dat iets speciaal of bijzonder is omdat het door een iemand met een beperking is gemaakt, wat verder afdrijft van respect voor de maker en zijn werk.  

De makers van Special Arts hebben vaak niet de bedoeling om kunst te maken. Ze ervaren een zekere urgentie of obsessie om creatief en artistiek bezig te zijn. De omgeving geeft hier het ‘label’ kunst aan. De redenen hiervoor zijn toe te juichen, zoals het empoweren en ontwikkelen van meer begrip voor ‘anders-zijn’, maar de beslissing of het Special Arts is of niet, betekent ook het formuleren van in- en exclusiecriteria en dat wordt door Niet-Outsiders gedaan. Daar schuurt het. Ik juich de discussie en dialoog hierover toe. 

Dank voor de uitnodiging. Het was een waardevolle inspirerende exercitie waarvan ik veel geleerd heb. Hopelijk vloeien er nog veel mooie dialogen uit voort!”